De Wet DBA is niet nieuw. Hij bestaat al sinds 2016. Toch voelt hij voor veel organisaties weer actueel, omdat de handhaving sinds 1 januari 2025 is aangescherpt. Dat betekent dat de Belastingdienst weer actiever kan handhaven wanneer in de praktijk sprake blijkt van schijnzelfstandigheid. En per 1 januari 2026 kunnen daar ook vergrijpboetes bij komen.
Wat het ingewikkeld maakt, is dat er geen magische checklist bestaat waarmee je volledige zekerheid hebt. De beoordeling is altijd een weging van alle feiten en omstandigheden samen. Juridisch wordt dat een holistische toets genoemd. Met andere woorden: het gaat niet alleen om wat je op papier hebt afgesproken, maar vooral om hoe de samenwerking er dagelijks uitziet. Het totaalplaatje is doorslaggevend.
Ik merk dat veel organisaties hier pas echt over nadenken als er twijfel ontstaat. Of wanneer iemand zegt: “Zitten we hier eigenlijk nog goed?” Dat zijn vaak hele terechte vragen. Om dat totaalplaatje concreet te maken, gebruik ik in gesprekken met het management vaak onderstaande negen vragen. Dit zijn de gezichtspunten die ook terugkomen in het afwegingskader van de Belastingdienst, gebaseerd op het Deliveroo-arrest. Ze helpen om gestructureerd naar een samenwerking te kijken, maar geen van de punten is op zichzelf beslissend.
1. Wat voor werk is het en hoelang duurt het?
Gaat het om een duidelijk afgebakend project met een begin en een einde, of om structurele werkzaamheden die onderdeel zijn van de kern van de organisatie? Hoe meer het werk lijkt op reguliere functies binnen de organisatie, hoe kritischer je moet kijken.
2. Wie bepaalt hoe, waar en wanneer het werk wordt uitgevoerd?
Een zelfstandige hoort in beginsel vrijheid te hebben in de manier waarop het werk wordt ingericht. Als de organisatie de inhoudelijke aansturing, planning en werkwijze bepaalt, kan dat wijzen op gezag.
3. Hoe ingebed is iemand in de organisatie?
Draait iemand mee in vaste teamoverleggen? Heeft hij of zij een interne functietitel, een vaste plek in het organogram of dezelfde aansturing als werknemers? Hoe sterker de inbedding, hoe meer het lijkt op loondienst.
4. Moet het werk persoonlijk door deze persoon worden uitgevoerd?
Kan de opdrachtnemer zich daadwerkelijk laten vervangen? Niet alleen op papier, maar ook in de praktijk. Als vervanging feitelijk niet mogelijk is, weegt dat mee in de beoordeling. Verplichte persoonlijke arbeid is een belangrijk element bij de beoordeling van een arbeidsovereenkomst.
5. Hoe zijn de afspraken tot stand gekomen?
Was er onderhandelingsruimte tussen gelijkwaardige partijen, of werd er gewerkt met een standaard set voorwaarden die nauwelijks bespreekbaar was? Dat zegt iets over de verhouding tussen partijen.
6. Hoe is de beloning vastgesteld en hoe wordt die betaald?
Is er sprake van een tarief per opdracht of resultaat, of van een vast uurtarief dat sterk lijkt op loon? Ook de manier van factureren en betalen kan onderdeel zijn van het totaalbeeld.
7. Past de hoogte van de beloning bij ondernemerschap?
Ondernemerschap betekent ook het dragen van risico. Geen doorbetaling bij ziekte, geen vakantiedagen, geen ontslagbescherming. Dat zie je vaak terug in de hoogte van het tarief en de onderlinge afspraken.
8. Loopt de opdrachtnemer commercieel risico?
Denk aan eigen investeringen, aansprakelijkheid, het risico op minder werk of herstelwerk op eigen kosten. Hoe meer financieel en ondernemingsrisico iemand draagt, hoe sterker het zelfstandige karakter.
9. Gedraagt iemand zich ook naar buiten toe als ondernemer?
Heeft de persoon meerdere opdrachtgevers? Wordt er actief aan acquisitie gedaan? Is er een eigen website of zichtbaarheid in de markt? Dat ondernemerschap buiten de opdracht weegt mee in het geheel.
Twee situaties uit de praktijk
Situatie 1: Een professional wordt voor vier dagen per week ingehuurd. De werkzaamheden zijn structureel en vergelijkbaar met die van vaste werknemers. De persoon draait mee in vaste overleggen, gebruikt interne systemen, wordt aangestuurd door een leidinggevende en werkt volgens de interne planning.
Op papier is het een overeenkomst van opdracht. In de dagelijkse praktijk zie je sterke inbedding en aansturing. In zo’n geval kan het totaalplaatje richting een dienstverband bewegen, ondanks wat er in het contract staat. En eerlijk is eerlijk: dit zijn precies de situaties waarin het schuurt. Want inhoudelijk is iemand misschien heel zelfstandig, maar de manier waarop het werk is ingericht vertelt een ander verhaal.
Situatie 2: Een specialist wordt ingehuurd voor de implementatie van een nieuw systeem. De opdracht is helder omschreven, met een concreet resultaat. De specialist bepaalt zelf de aanpak, werkt voor meerdere opdrachtgevers en loopt eigen risico bij vertraging of extra werk.
Hier ziet het totaalbeeld er anders uit. Minder structurele inbedding, meer zelfstandige positionering en meer ondernemersrisico. Dat maakt de beoordeling anders, ook al wordt er tijdelijk binnen de organisatie gewerkt.
Mijn rol in dit vraagstuk
Ik werk zelf in loondienst bij een organisatie en voer vanuit daar interim opdrachten uit bij opdrachtgevers. Mijn eigen arbeidsrelatie is dus helder ingericht en niet afhankelijk van de Wet DBA.
Tegelijkertijd kom ik als HR Business Partner regelmatig in aanraking met organisaties waar met zelfstandigen wordt gewerkt. Dan ontstaat de vraag: hoe stevig staat deze samenwerking eigenlijk? Past dit nog bij de wet én bij onze risicobereidheid? Wat ik in die gesprekken altijd probeer te doen, is het gesprek terugbrengen naar de praktijk. Niet alleen kijken naar de overeenkomst, maar eerlijk kijken naar hoe het werk daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
Tot slot
De Wet DBA vraagt geen paniek, maar wel bewustzijn. Werk je met zelfstandigen, dan is het verstandig om periodiek het totaalplaatje langs te lopen. Niet alleen het contract, maar vooral de dagelijkse realiteit.
Twijfel je over een concrete situatie of wil je samen eens door deze negen vragen heen lopen? Ik denk graag met je mee. Soms ontstaat de meeste duidelijkheid juist in een open gesprek.
Laat je telefoonnummer achter, dan neemt Fleur Geelen vandaag nog contact met je op!
KVK: 85669083 BTW nr: NL863701565B01